Breukink, altijd een fan van het NK

Erik Breukink kon in zijn succesvolle profcarrière een keer juichen na het winnen van de Nederlandse titel. Hij klopte in 1993 Steven Rooks en Frans Maassen. Vijf vragen aan ‘Breuk’ die betrekking hebben op de strijd om het rood-wit-blauw.

Wat schiet je als eerste herinnering te binnen aan het Nederlands kampioenschap dat je in 1993 won?
,,Dat mijn vrouw Gea langs de kant stond met bidons en eten. Zij deed mijn verzorging. Ik reed in die periode voor de Spaanse ploeg ONCE en bij die ploeg vond men het niet de moeite een mecanicien of een verzorger even te laten overvliegen naar Nederland voor zo’n wedstrijd. Ik was dus self supporting. Reed ook als eenling in het peloton. Op een gegeven moment ontstond er een kopgroep waartoe ook Adrie van der Poel behoorde. Hij kwam uit voor Mercatone Uno. We fietsten niet voor elkaar, maar we spraken wel af niet te zullen achtervolgen zodra er een van ons twee zou wegspringen.’’

2. Waarom ben je slechts een keer Nederlands kampioen bij de profs geweest in je loopbaan?
,,Je zou denken dat je, wanneer je deel uitmaakt van een grote ploeg, veel meer kansen hebt op de titel. Ik ben nog twee keer als derde geëindigd op het parcours in Meerssen; meer was niet mogelijk, omdat ik een coureur was die geen goede sprint in de benen had en dus alleen moest aankomen. Voor mij kwam het prima uit dat we vrijwel alle jaren in Zuid-Limburg koersten, op een behoorlijk selectieve omloop. Daardoor was ik er bijna altijd van verzekerd dat ik in de finale zou mee zitten. Dat was ook het geval in 1997, toen ik aan de leiding reed en Michael Boogerd vanuit de achtervolgende groep naar me de sprong maakte. Ik heb de titel aan hem gelaten, haha. Nee, serieus, we passeerden weliswaar samen de finishlijn, maar hij had me er al veel eerder vanaf kunnen rijden.’’

3. Is jouw enige Nederlandse titel ook de mooiste herinnering die je hebt aan alle gereden NK’s?
,,De overwinning in 1993 is niet per definitie mijn mooiste herinnering, nee. Ik vond het alle jaren leuk, reed graag op het NK. Het was altijd de laatste inspanning voordat je naar de Tour de France ging. Er kwam iedere keer best wat spanning om de hoek kijken: als eenling moest je toch afwachten hoe het zou lopen in de koers, omdat je niemand had die iets kon rechtzetten. Gelukkig lukte het vaak de schiftingen te overleven en zo in de finale te belanden.’’

4. Wat vind je ervan dat er de laatste jaren veel profs nogal makkelijk afzeggen voor het NK, omdat die koers niet in hun straatje past?
,,Ik vind dat er tegenwoordig te makkelijk en te snel wordt afgezegd. Ergens snap ik de toppers wel, als die aanvoeren dat ze op een volledig vlak parcours niets hebben te zoeken. Als ze roepen dat ze de risico’s te groot vinden met het oog op hun deelname aan de Tour de France, zeg ik: onzin. Je loopt namelijk altijd risico in een wielerkoers. Tegelijkertijd moeten ze zich ook realiseren dat zij degenen zijn voor wie het publiek komt kijken. Massaal afzeggen is natuurlijk niet goed voor de wedstrijd en de organisatoren. Misschien moet je het ook wel verplicht kunnen stellen. Van onze ploeg doet iedereen gewoon mee hoor. En dan weet ik wel dat het wat anders ligt, omdat we geen Tour hoeven rijden. Maar ik zou ervoor pleiten de renners van je ploeg altijd te laten starten. Ze kunnen ook in dienst rijden van een ander, of gewoon meedoen.’’

5. Waarom wordt er dit jaar een renner van Team Roompot-Oranje Peloton Nederlands kampioen?
,,Het dubbeltje rolt dit jaar de goede kant op, de onze dus. Het koersverloop pakt uit zoals we willen, we zullen aanvallend en attent fietsen én we hebben geen uitgesproken kandidaat voor een eventuele massasprint. Vorig jaar konden we een beetje op Dylan Groenewegen (dit seizoen bij LottoNL-Jumbo) mikken, nu is er niemand die zich zo kan laten gelden. Daarom wordt het een wat eenvoudigere race waarin we heel offensief te werken zullen moeten gaan. En we hebben een extra voordeel dankzij de Zeeuwse jongens in de ploeg. Die zijn op Goeree Overflakkee niet ver van huis en zullen daarom al meer dan honderd procent gemotiveerd aan de start verschijnen.’’