De wind is besteld

Het hoeft geen hondenweer te zijn op zaterdag 25 juni, als het maar stevig doorwaait op Goeree Overflakkee. Want met wind op het menu van het Nederlands kampioenschap wielrennen voor profs zouden we een buitengewoon spectaculaire strijd om het rood-wit-blauw kunnen krijgen. Een waaierkoers à la Gent-Wevelgem?

Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
Ik heb ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
want ik ben haast te laat,
Ik heb maar een paar minuten tijd.
Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven
staan.

Mooi hoe ‘troubadour’ Herman van Veen ooit deze songtekst verzon, maar er natuurlijk geen weet van had dat die naadloos aansluit bij een fenomeen uit het wielrennen; de waaierkoers. Waaier? Even uitleggen: Een waaier is de benaming voor de formatie die een groep renners tijdens de wedstrijd aanneemt wanneer de wind hard schuin van voren komt om zo de windweerstand zo klein als mogelijk te maken. De techniek bestaat uit het schuin achter elkaar rijden van een aantal renners. De voorste vangt de wind, de rest profiteert van de luwte erachter. Tenminste, zolang er ruimte is op de weg. Hoe smaller de straat, hoe groter het gedrang, en des te boeiender het gevecht.

,,Want vroeg of laat breekt het peloton onder dit soort omstandigheden in stukken uiteen. De waaiers, en in de voorste wil iedereen uiteraard zitten. Alleen, daar is doorgaans slechts beperkt plaats’’, vertelt Raymond Kreder, binnen de formatie van Roompot-Oranje Peloton een gekend specialist in het waaierrijden. Hoe het zo is ontstaan, kan hij zich niet meer precies herinneren. ,,Als tweedejaarsnieuweling deed ik mee aan de Omloop van Borsele. Plotseling bevond ik me in de eerste waaier van acht man, het werd een afvalrace die ik ook nog won. Vanaf dat moment heb ik er de feeling voor. Raar, maar waar.’’
Je moet er lef voor hebben, behendig zijn, geen angst hebben om te vallen én de koers kunnen aanvoelen. ,,Weten waar de wind vandaan komt, positie kiezen en je nooit laten wegdrukken. Waaierrijden is een spel van concentratie, niet verslappen of te makkelijk denken: oh, ik laat me wat meer naar achteren zakken zodat die anderen de wind pakken en het werk doen. Voor je er erg in hebt, beland je in het laatste wiel en wordt het knokken om bij te blijven.’’

Ploegmaat Berden de Vries zal net als Kreder met meer dan normale belangstelling de weerberichten in de dagen voorafgaand aan het NK volgen. De Drent vindt zichzelf geen uitgesproken expert in een waaierkoers, maar heeft na anderhalf seizoen tussen de professionals wel het idee dat hij de beteren uitstekend partij kan bieden. Eigenlijk gelooft hij dat het merendeel van de beroepsrenners die jaarlijks willen pieken tijdens de koersen in maart en april zich thuis voelen bij de minder aangename elementen. ,,Ik kan natuurlijk leukere aspecten opnoemen van de sport. Toch is het, wanneer de wind van grote invloed is op het wedstrijdverloop, steeds weer genieten van het knokken om je plek in de eerste waaier. Als het de eerste keer lukt, denk je dat het toeval of geluk is. Ik blijk echter dit seizoen in vrijwel alle koersen die gedomineerd werden door de wind, aan de goede kant van de streep te hebben gezeten. Daarom mag het van mij best tekeer gaan op het NK; de wedstrijd is al niet zo lang qua afstand, het is op die eilanden volledig vlak, dus hebben we de wind nodig om er iets speciaals van te maken.’’