Een goede voorbereiding
Hoe eet de prof tijdens een koers? En hoe doet een amateur dat?

Wie niet eet en wel fietst, valt vroeg of laat een keer stil. En dat kan heel vervelend uitpakken. Antwan Tolhoek, renner in het Team Roompot Oranje Peloton die onlangs de bergtrui won in de Ronde van Zwitserland, neemt ons mee in zijn voorbereiding. ‘Je moet gewoon goed voor jezelf zorgen op de fiets. Dus ook in de Oranje Peloton Tocht van 2 oktober.”

Lege maag
Antwan begrijpt ze niet zo goed, de toerfietsers die op pad gaan zonder wat te eten en dat ook niet blijken te hebben gedaan wanneer ze na een kilometer of honderd op het eindpunt arriveren. ,,Je houdt het heus wel vol hoor, zo’n ritje op een lege maag, maar wat doe je jezelf tekort. Eigenlijk is het gewoon erg slecht voor je. Dus zou ik nu al zeggen tegen alle deelnemers aan de Oranje Peloton Tocht: eet in elk geval normaal en voldoende, zowel van tevoren als onderweg.’’

De amateur
Dat advies heeft Rik Kingma (40) gelukkig niet nodig. Vorig jaar was hij van de partij in de eerste Oranje Peloton Toertocht. Ook dit jaar doet hij graag mee. ,,Het was vorig jaar uitstekend bevallen. Niet te ver van waar ik woon – Broek-in-Waterland – een mooie omgeving, vetrekken vanuit een paleistuin, duidelijk bewegwijzerd en veilig: meer kun je je niet wensen.”

Koffiestop
Rik kan de gedachtegang van Tolhoek zeker volgen. Als een ervaren bergsporter die ‘hooguit een keer of twee, drie per jaar een langere fietstocht onderneemt’ weet hij dat de motor moet blijven branden; ,,Maar in vergelijking met een wielerprof van wie wordt verwacht dat hij de hele dag optimaal presteert, maakt het voor een toerder als ik natuurlijk niet uit, mocht je plotseling een hongerklop krijgen. Ik heb er nooit een gehad, want ik besteed best wat aandacht aan de voeding. Een energiereep en een gelletje heb ik altijd wel als back-up bij me. Doorgaans stop ik op een leuke plek voor een bak koffie en wat lekkers. Daarop red ik het dan wel tot het einde van de rit. Wat bij mij ook werkt zodra ik een hongergevoel heb: eraan denken dat aan de finish alle gelegenheid weer is bij te tanken.

Gummiberen
Een keer, tijdens een tocht door de Eifel zat er een zakje gummiberen in het zakje van mijn shirt. Man, dat was me een energieboost die er door mijn lichaam trok toen ik die zoete dingen naar binnen gooide. Ik vloog gelijk de heuvels over. Het hielp prima. Alleen moet je oppassen dat je dat snoepgoed niet te vroeg opeet. Het werkt razendsnel, maar het effect is net zo kortstondig. Val je vervolgens weer ten prooi aan zo’n suikerdip, dan valt het niet mee de pedalen nog lekker rond te draaien.’’

Gek op eten
Eten terwijl je je sportief inspant, het is niet iedereen gegeven die zaken gemakkelijk te combineren. ,,Dat is wel aan te leren’’, oordeelt Antwan. ,,Ik heb het geluk dat ik vroeger al ontzettend gek was op eten. Het kwam daarom goed uit dat ik wielrenner kon worden. Die moeten veel knagen om het vele trainen en koersen aan te kunnen. Voor een rondje van 120 kilometer neem ik standaard drie dingen mee. Het is niet zo eens heel belangrijk voor een liefhebber wat het is. Brood, taart, gevulde koeken, repen of gummiberen, het maakt niet uit. Gewoon eten, dan houd je het het langst vol.’’|

Tip van de prof
Tot slot nog een waardevolle tip van de 22-jarige Zeeuw: wie net is begonnen met fietsen en het leuk vindt een toertocht te rijden, kan het best even proeven van het ‘vak’. ,,Stel dat je honderd kilometer wilt doen, fiets dan eerst de helft van de afstand. Kijken hoe dat gaat, of het überhaupt lukt. Is het geen probleem, dan kun je gerust inschrijven voor de dubbele afstand, zeker wanneer je met een paar vrienden gaat. Maar wel goed blijven eten en drinken.’’